|
|
Stefaan Walgrave - professor Politieke en Sociale Wetenschappen aan de UA
Tussen 1978 en 1984 versleet ik mijn, eerst korte en later lange, broek op het Sint-Albertuscollege (SALCO) toen nog een zuivere jongensschool. In die tijd, het lijkt wel of bompa aan het woord is, kwam er vooraleer je je inschreef nog een echte pater Karmeliet bij je ouders thuis op bezoek. Wat die kwam doen, is me nog steeds een raadsel; boze tongen beweerden dat hij kwam kijken of je familie wel rijk genoeg was maar ik heb dat nooit kunnen geloven. Ik herinner me heel goed hoe hij in ons salon een ernstig gesprek met mijn ouders voerde terwijl ik al snel verveeld buiten ging spelen.
‘Haasrode’ stond bekend als een eliteschool, maar ik heb het vooral ervaren als een kleine en warme school. Natuurlijk waren de gangen even koud en kil (en blinkend) als elders, natuurlijk gaven de WC’s dezelfde geur af als overal, natuurlijk was het schoolleven soms behoorlijk hard met strenge studiemeesters en genadeloze conflicten op de speelplaats, maar in Haasrode was je zeker geen nummer. De meeste leraars, er waren geen vrouwelijke leerkrachten, kenden alle leerlingen bij naam; dat was vaak een voordeel, soms een nadeel. ‘Den dikke’, zijnde pater directeur die overigens helemaal niet dik maar wel kaal was, was het hart van de school. Een geweldige kerel, impulsief, zachtaardig, scherpzinnig, eeuwig op sandalen, supporter van La Gantoise, ironisch, moraliserend, cinefiel.
Het is altijd wat lastig om te zeggen dat een school het verschil maakt. Terwijl je op de middelbare school zit, verander je zelf helemaal en verandert de wereld om je heen ook. Misschien was het in een ander school net eender gelopen. Maar er zijn toch een paar dingen die ik op het conto van Haasrode wil schrijven. In Haasrode heb ik leren schrijven, niet zozeer zonder fouten maar wel om gedachten en ideeën helder op papier te zetten. Ik herinner me vele opstellen en ellenlange verhandelingen. In Haasrode heb ik leren discussiëren en argumenteren. In de klas in de clinch gaan met de leerkrachten en medeleerlingen over alles en nog wat, het was bijna dagelijkse kost. In Haasrode heb ik de politieke microbe opgedaan. Het was de tijd van de grote anti-rakettenbetogingen en dat conflict werd al bijna even hard in de school als op de Brusselse straten uitgevochten. Gelukkig hadden we in de klas uitgesproken linkse en rechtse leerlingen, hetzelfde gold trouwens voor de leraars, en dus werd er stevig op los gedebatteerd. Ik vermoed dat het daaraan ligt dat ik later PSW ben gaan studeren en politieke wetenschapper ben geworden. In Haasrode deed ik de nieuwsgierigheid op over hoe (sociale) zaken in elkaar zitten. Als dat duidt op een eliteschool dan mogen alle scholen van mij gerust elitair zijn. Ik herinner me lessen over de generatieve-transformatieve gammatica van Chomsky, bijvoorbeeld, niet dat ik er toen (en nu) veel van begreep maar de curiositeit was wel gestimuleerd. In Haasrode heeft de zin om te sporten mij definitief in de greep gekregen. Elke middag sjotten, en met veel plezier op woensdagnamiddag blijven om nog meer te sjotten, om thuis verder te sjotten. Veel voetballen zit er niet meer in nu, ik mis de meterslange tackles op het natte gras, maar sport blijft mijn belangrijkste ontspanning.
Ik weet niet of het huidige SALCO hetzelfde is dan het toenmalige Haasrode. Leraars zijn in grote mate anders, gebouwen ouder, er zijn zowaar meisjes bijgekomen, ‘den dikke’ is er niet meer, het eten is zonder twijfel beter, het zwembad zal wel gedempt zijn, het ‘groot’ (voetbalterrein) heeft misschien een andere naam… Maar ik hoop van harte dat er iets van Haasrode is overgebleven in SALCO.

|